Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Heilige Medardus - 8 juni

Heilige Medardus

(° 456 - † 560)
Bisschop, missionaris
Patroon van de brouwers en parapluverkopers

De Heilige Medard van Noyon werd omstreeks 456 geboren in Salency, Picardië (Frankrijk) als zoon van Nectardus, een Frankisch edelman, en Protagia, een Gallo-Romeinse edelvrouw.

Hij was de broer van de Heilige Gildardus, bisschop van Rouen.

Hij was erg vroom en bovendien een uitstekend student; vaak vergezelde hij zijn vader op zakenreizen naar Vermand en Doornik.

Op 33-jarige leeftijd werd Medardus tot priester gewijd; hij vergaarde faam als predikant en werd later missionaris.

In 530 werd hij met tegenzin bisschop van Vermand, een jaar later verplaatste hij zijn bisschopszetel naar Noyon.

Het jaar daarop - in 532 - werd hij ook bisschop van Doornik.
De unie van deze twee bisdommen bleef bestaan tot in 1146.

Medardus overleed op 8 juni 545 in Noyon en was één van de meest geëerde bisschoppen van zijn tijd.
Hij overhandigde o.a. de sluier aan koningin Radegonde.
Zijn relieken bevinden zich in Crouy, nabij Soissons; er werd een benedictijnse abdij opgericht boven zijn graf.

Hij werd in het bijzonder vereerd in het noorden van Frankrijk en werd spoedig het onderwerp van talloze legenden.

Eén van deze legenden verhaalt hoe Medardus als kind werd beschut voor de regen door een arend die hem overschaduwde.

De Heilige Medardus wordt aangeroepen voor het bekomen van goed weer, goede oogsten en voor regen; verder: tegen slecht weer, tegen tandpijn, tegen steriliteit, tegen opsluiting.

De Heilige Medardus is eveneens de patroonheilige van de arbeiders die op het land werken, de brouwers en de wijngaarden.

Weerspreuken

Wat Sint Medardus geeft voor weer,
brengt hij ook in de oogsttijd weer

Zoekt Sint Medard in regen troost,
dan zendt hij die ook in de oogst

Een verhaal uit de volksoverlevering vertelt ons hoe Medardus een regenheilige is geworden:

Ooit zou het eens heel hard geregend hebben en Medardus vond nergens beschutting. Plots kwam er een arend aangevlogen en die bleef met gespreide vleugels boven Medardus hangen zodat hij beschut werd tegen de stortregen.

Men hanteerde vroeger overigens allerlei middeltjes om Medardus gunstig te stemmen en hem te overhalen het toch niet al te hard te laten regenen.

Het beste middel scheen een glas gewijd water te zijn waarin men wat verse veldbloemen schikte; dit plaatste men voor een beeld van de Heilige Medardus, daarbij het volgende zeggende:

Sinte Medardus van omhoge,
laat beneden hier de aarde droge

Sinte Medardus, heilige man,
spaar ons de regen als het kan.
Zes weken lang koud en nat,
dat deugt niet voor land, noch voor stad.
Laat de wolken maar verdwijnen
en het zonneke weer schijnen.
Maak het weertje zoet en fijn,
we zullen u erkentelijk zijn

Als het toch regende op Medardusdag, nam men een muntstuk en hield dat in de vlam van een gewijde kaars.
Wanneer het muntstuk gloeide, gooide men het in een plas regenwater en zei:

Als hij dompt en sist,
dan is Medardus helemaal uitgepist