Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Driekoningen Melchior, Gaspar, Balthazar - 6 januari

Heilige Driekoningen Melchior, Gaspar, Balthazar

De Rooms-katholieke Kerk viert vandaag de ontmoeting van de drie wijzen uit het morgenland met de pasgeboren Messias. Geleid door een ster kwamen zij hem hulde betuigen en hem goud, wierook en mirre offeren.
Dit feest heet liturgisch 'de Openbaring van de Heer'.

De namen van de Drie Koningen worden nergens in het Evangelie vermeld, en er wordt ook nergens gezegd dat het er drie waren. Er wordt alleen melding gemaakt van 'Wijzen uit het Oosten'.

'Driekoningen' is een typische benaming van het volk. In de negende eeuw werden de drie Koningen voor het eerst met name genoemd: Gaspar, Melchior en Balthazar. Zij werden als vertegenwoordigers van de diverse mensenrassen en van de drie toen bekende werelddelen aangezien.

Volgens een zeer oude overlevering zouden deze drie Koningen samen met de Heilige Thomas het geloof verkondigd hebben.

Algemeen wordt aangenomen dat de ster hen verscheen in het land van Saba, vanwaar zij, geleid over harde en lastige wegen, tot bij het stalletje in Bethlehem kwamen.

Driekoningenfeest

Driekoningen

Op de ochtend van 6 januari is de periode van de Twaalf Heilige Nachten officiëel ten einde, want 6 januari is precies de dertiende dag na Kerstmis. In onze streken viert men dan het feest van Driekoningen.

Het gebruik om in de Driekoningentaart een boon te verstoppen, dateert vermoedelijk van vóór de kerstening. Bij de oude Germanen waren bonen namelijk een zeer voedzaam en kostbaar levensmiddel waar vooral in de winter zuinig mee omgesprongen werd.

Vanaf de periode rond Kerstmis at men gedurende twaalf dagen geen bonen meer. Dat deed men pas terug op de dertiende dag. Die ene boon in de taart was alvast een voorproefje.

Wie een boon in zijn koek of oliebol vindt, mag die dag koning zijn en het menu bepalen!

Met Driekoningen lengt de dag,
zoveel een geitje springen mag

In heel wat Vlaamse steden en dorpen ontmoeten we rond deze tijd vaak groepjes kinderen, verkleed als Driekoningen. Overal waar ze aanbellen, zingen ze een lied en hopen daarvoor in ruil wat zakgeld te ontvangen.

Dit is een oude traditie die vroeger vaak pure noodzaak was. Toen trokken arme mensen langs de huizen van de rijken om geschenken of een aalmoes te vragen.

Driekoningen, Driekoningen,
geef mij 'nen nieuwen hoed.
Mijnen ouwen is versleten,
ons moeder mag 't niet weten.
Ons vader heeft het geld op het rooster geteld.

Zoals eerder aangehaald maakten vroeger minder welstellende gezinnen van het Driekoningenfeest gebruik om via het bedel-zingen wat bij te verdienen.

Het hele gezin vertrok op ronde en aan het einde van de tocht kwamen deze verpauperde gezinnen bijeen in een herberg. Daar bezorgden lieden van de betere stand hen gratis warme soep maar ook tweedehands kleding en huisraad waaruit ze dan mochten kiezen.

Vandaar die 'ouwe en nieuwe hoed' uit het liedje.

Wanneer het gezin dan thuiskwam werd alles wat werd ontvangen (fruit, snoep etc.) op een rooster gelegd. Wat op het rooster bleef liggen, was voor het gezin.
Hetgeen dat erdoor viel (meestal de muntstukken) waren voor vader.
Vandaar: 'Ons vader heeft het geld op het rooster geteld.'

Als men echter bij het bedel-zingen niets kreeg, durfde men al eens zingen:
'Hoog huis, laag huis, er zit een gierige pin in huis'.
Waarna men het meestal op een lopen zette!

In onze tijd zijn er hier en daar aanmoedigingen om de opbrengst van dit 'sterzingen' - want de Koningen dragen meestal een ster bij zich - gezamenlijk te besteden aan een project in ontwikkelingslanden.

Weerspreuk


Als het op Dertiendag vriest,
vriest het veertien weken lang