Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Heilige Hubertus van Tongeren - 3 november

Heilige Hubertus van Tongeren

° 655 - † 727
Patroon van de jagers en de hondenvrienden
Apostel van de Ardennen

De Heilige Hubertus van Tongeren was van adellijke afkomst.

Hij was een vitaal en werelds man die graag deelnaam aan wilde jacht- en braspartijen.
In het jaar 683 beging hij echter een grote zonde door op Goede Vrijdag te gaan jagen, terwijl iedereen wist dat zoiets taboe was.

Hubertus zette met zijn honden de achtervolging in op een hert, het grootste en mooiste dat hij ooit zag.
Tijdens z'n vlucht hield het dier opeens halt en draaide zich om naar Hubertus.

Die zag tussen het gewei een schitterend kruis en hoorde een stem die hem aanmaande zich te bekeren, anders zou hij in de hel terechtkomen.

Hubertus kreeg berouw en bekeerde zich, hij ging zelfs in de leer bij de heilige Lambertus van Maastricht.
Later werd hij zelfs bisschop van Luik.

De Heilige Hubertus verkondigde het geloof in Brabant en in de Ardennen, vandaar dat in het zuiden van Nederland en in heel België vele kerken naar hem zijn vernoemd.

De Heilige Hubertus van Tongeren overleed in 727 en ongeveer een eeuw later werden zijn relieken overgebracht naar de abdij van Andage, die spoedig een bedevaartsoord werd.

Door al deze gebeurtenissen werd de Heilige Hubertus ook de patroonheilige van de jagers.
Sint Hubertus werd vooral aangeroepen tegen hondsdolheid.
Men at daartegen ook gewijd brood, het zogenaamde hubertusbrood.

Ooit hanteerde men echter gruwelijker middelen: wie vroeger te lijden had van hondsdolheid moest naar het graf van Sint Hubertus gaan, nabij de abdij van Andage bij Saint-Hubert.

Aan het graf van de bisschop werd bij de zieke een snede in het voorhoofd gemaakt en daarin werd een draadje gelegd, afkomstig uit de stool van de Heilige Hubertus.

Daarna sloot men de wonde af met een zwarte linnen doek die negen dagen lang op z'n plaats moest blijven.

De zieke mocht gedurende die negen dagen zelfs zijn haar niet kammen en enkel koud voedsel nuttigen.
Na het verstrijken van deze periode zou men dan verlost moeten zijn van hondsdolheid.

Weerspreuk

A la Saint-Hubert,
les oies sauvages fuient l'hiver

(Op Sint-Hubertusdag ontvluchten de wilde ganzen de winter)

Bedevaarten hebben onze voorouders steeds sterk aangesproken.
Zij waren één van de vele mogelijkheden om kwade geesten uit hun leven te bannen.

Een bedevaart naar Sint-Hubertus was een probaat middel tegen hondsdolheid.
Als verweermiddel tegen razende honden trok men een magische cirkel in het zand, waarbij men de volgende bezweringsformule prevelde:

Ik kwam al over Sint-Hubertus' graf,
zonder stok of zonder staf
Kwaden hond, sta stille
het is Sint-Hubertus' wille

Men geloofde daarbij dat het de dolle hond onmogelijk was om de cirkel te betreden.