Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Allerzielen - 2 november

Allerzielen

In 1006 plaatste paus Johannes XIX het feest van Allerzielen op twee november.

Het was gebruikelijk om op die dag te bidden voor het zielenheil van degenen die verkeerden in het vagevuur, een voorlopige verblijfplaats voor mensen die geen al te grote zonden op hun geweten hadden.

Met dit gebed hoopte men de zielen tijdelijk uit het vagevuur te verlossen.

Op Allerzielen gedenken wij alle doden, we denken aan hun dood en aan onze eigen vergankelijkheid.

Tegelijkertijd vieren we de opstanding van de doden en de overwinning van het leven op de dood.

Jezus zei tot zijn leerlingen:

'Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij.
In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken?
Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug.
Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben.' (Joh. 14, 1-3)

Op Allerzielen at men vroeger 'zielenbroodjes', op die broodjes stond een kruisje en ze werden warm gegeten.
Aan het deeg werd soms saffraan toegevoegd om de broodjes een goudgele kleur te geven.

De broodjes werden gewijd en alvorens ze nuchter op te eten, zei men een gebed tot verlossing van de zielen van de gestorvenen.

Weerspreuk

Allerzielen zonder vuur,
spaart geen brandhout uit de schuur