Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Johannes - Jan van Ruusbroec - 2 december

Zalige Johannes - Jan van Ruusbroec

(° 1293 - † 2 december 1381)
Grootmeester van de Nederlandstalige mystiek

Johannes (Jan) werd in 1293 in Ruusbroec (Ruysbroeck, Ruisbroek) aan de Zenne ten zuiden van Brussel geboren.

Vanaf zijn elfde levensjaar werd hij opgevoed door zijn oom Jan Hinckaert, een rijke priester en kapelaan van de Sint Goedelekerk in Brussel.

In 1317 nam Jan de taak van kapelaan over van zijn oom.

Tijdens deze periode in Brussel kreeg hij de meeste van zijn mystieke ervaringen en schreef ze ook neer, waaronder zijn meesterwerk: 'Die Chierheit der gheesteleker Brulocht'.

Broeder Geraert, een kartuizer monnik uit Herne die Jan van Ruusbroec persoonlijk ontmoette, schreef over hem:

'Heer Jan van Ruusbroec was ierst een devoet priester ende capelaen te Brussel in Brabant, in sinte goedelen kerke, ende daer begonste hi enighe van desen boeken te maken.'

Johannes schreef meerdere mystieke werken, waaronder elf traktaten en acht brieven, en geldt nog steeds als de grootmeester van de mystiek in de zuidelijke Nederlanden.

Jan van Ruusbroec schreef in het Middelnederlands (Diets), maar zijn werken werden spoedig vertaald in het Latijn.

Rond 1339, toen hij ongeveer 46 was, trok Jan zich - vergezeld van zijn oom en de jonge kanunnik Vrank van Coudenberg - terug in het Zoniënwoud, meerbepaald in de kluis van Groenendael die hem ter beschikking werd gesteld door hertog Jan II van Brabant.

Volgens de kartuizer monnik Geraert omdat hij 'zich wilde terugtrekken uit de menigte van mensen'.

In 1350 stichtte Jan van Ruusbroec het klooster van reguliere kanunniken: dit zijn kanunniken die deel uitmaken van een kloostergemeenschap.

Zij leven volgens een bepaalde orderegel, meestal de Regel van Augustinus. Jan werd er de eerste prior.

Hij ontwikkelde de gewoonte om zich regelmatig in het woud terug te trekken om goddelijke inspiratie op te doen; de teksten die hem ingefluisterd werden door de Heilige Geest noteerde hij op wastafeltjes en verwerkte ze later tot een coherent geheel.

Jan oogstte veel bewondering omdat hij de gave bezat om zijn kennis van het goddelijke mysterie op verstaanbare wijze aan anderen mee te delen.

In tegenstelling tot de passionele begijnenmystiek van Hadewijch bleef hij rustig en beschouwend.

Kort en bondig samengevat komt zijn godsbeleving neer op eenheid van de ziel met God. Maar zonder 'ontmenselijkt' te worden.
Door 'geheel' in God te zijn, ben je ook 'geheel' in jezelf.

Reeds bij leven werd Jan van Ruusbroec 'de Wonderbare' genoemd.

Hij overleed op 2 december 1381 in Groenendael (het huidige Hoeilaart) en werd in 1903 door paus Pius X zalig verklaard.

De Zalige Jan van Ruusbroec wordt gewoonlijk afgebeeld in de kleding van de Augustijner Koorheren, schrijvend aan één van zijn boeken.

Weerspreuk

December koud en welbesneeuwd,
maak maar grote schuren gereed