Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Sint-Elooi - Heilige Eligius - 1 december

Sint Eligius en de Heilige Godebertha

(° 588 - † 1 december 660)
Bisschop van Noyon
Patroon van de goudsmeden en chirurgen

De Heilige Eligius werd in de periode 588-590 geboren in Chaptelat bij Limoges (Frankrijk).
Tijdens haar zwangerschap had zijn moeder Torrigia een droom waarin ze een adelaar zag die driemaal schreeuwde.

Torrigia consulteerde een ziener die haar - aan de hand van dit voorteken - voorspelde dat haar zoon een grote toekomst wachtte in de Kerk en dat hij vermoedelijk een heilig man zou worden.

Na een opleiding tot goudsmid trok Sint-Elooi naar het koninklijk hof waar hij van de Merovingische koning Chlotarius II de opdracht kreeg om voor hem een gouden troon te maken.

De Heilige Eligius hield het overgebleven goud niet voor zichzelf maar vervaardigde er een tweede troon uit, de opbrengst hiervan gaf hij aan de armen.

Hierdoor won hij de waardering van de koning die hem tot muntmeester bevorderde.
Hij behield deze functie ook tijdens de regeerperiode van Chlotarius' opvolger Dagobert I.

Na de dood van Dagobert in 639 verliet Eligius het hof en werd priester.

In datzelfde jaar werd hij tot bisschop van Tours gewijd en vanaf 641 nam hij ook bezit van de bisschopszetel Noyon-Doornik.

Daarnaast maakte hij zich verdienstelijk als missionaris in Vlaanderen en richtte zich in het bijzonder op de inwoners van Antwerpen, de Friezen en de barbaarse stammen langs de kust.

In zijn hagiografie wordt aangehaald dat de Heilige Eligius alle heidense heiligdommen die hij in Antwerpen aantrof, vernietigde.

Op het landgoed dat hem door de koning geschonken werd bouwde Eligius een klooster.

Zijn verdere leven werd gekenmerkt door het vrijkopen van de slaven die dagelijks aangevoerd werden in de haven van Marseille en het stichten van nog meer kloosters.

Verder liet hij kerken bouwen gewijd aan Martinus van Tours - de patroon van de Franken - en Dionysius van Parijs, de patroonheilige van de koning.

De Heilige Eligius overleed op één december 660 in Noyon en werd daar begraven.

Sint Elooi hamerslag

Er worden Eligius heel wat wonderen toegedicht: Vóór Eligius bisschop werd was hij - volgens de overlevering - hoefsmid.

Hij ging als volgt te werk: hij sneed de benen van het paard, voorzag de hoeven van nieuwe hoefijzers en zette de benen terug aan het paard zonder één druppel bloed te vergieten!

Vandaar Eligius' bijnaam: 'de paardenheilige'.

In de Sint-Paulusparochie in Antwerpen bevindt zich de broederschap van Sint-Eligius. Deze viert haar patroon op de zondag die het dichtst bij één december ligt.

Tijdens de Mis wordt na de consecratie 'de hamerslag gegeven'; daarvoor treden twee smeden naar voren en slaan met hun hamers op een aambeeld een bepaalde melodie, begeleidt door trompetgeschal.

Sint-Elooi werd in het verleden vooral aangeroepen tegen steenzweren, vroeger 'nagelgaten' genoemd.

In het Frans wordt 'een nagel' 'un clou' genoemd en steenzweren 'des clous'.

Voor de genezing ervan aanriep men 'Saint-Cloud'.

Het volgende gebruik werd toegepast tijdens bedevaarten ter zijner ere: in kerken en kapellen waar hij werd vereerd, vond men steeds twee bakjes met spijkers.

De kerkgangers legden dan - volgens het principe van overdracht van de kwaal - de spijkers van het ene bakje in het andere.
Zo dachten onze voorouders steenzweren te voorkomen.

Weerspreuk

Sint Andries brengt de vries,
maar Sint-Elooi brengt de dooi