Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Sinterklaas

Het Sinterklaasfeest - herkomst en symboliek

Sinterklaas

Sinterklaas is een typische voor-christelijke figuur die nooit helemaal uit het volksgeloof is verdwenen.

In dit geval gaat het om een zuiver Germaanse figuur, namelijk de god Odin of Wodan.
Naar hem is de vierde dag van de week genoemd: 'wodansdag' of woensdag.

Onze Germaanse voorouders geloofden dat Wodan tijdens de donkere nachten van Allerheiligen tot Kerstmis op zijn achtbenige ros Sleipnir door de lucht reed.
Hij droeg daarbij een wijde mantel, een breedgerande hoed en een speer.

Na de kerstening van onze gewesten werd Sint Nicolaas de aangewezen plaatsvervanger van Wodan.
Hij kreeg zelfs dezelfde attributen mee: een mantel, een mijter en een staf.
Ook zijn knecht Zwarte Piet zou ooit een godheid geweest zijn, namelijk de rijm- of winterreus Nörwi, de zwarte vader van Nott (de nacht).

Het sinterklaasfeest is in feite een nachtfeest gebleven en Zwarte Piet wilde vooral vroeger ook nog wel eens met de roe van Nörwi dreigen. Vroeger had de roede echter een andere betekenis, het was een vruchtbaarheidssymbool.

Het volksbijgeloof wil dat Zwarte Piet een zwart gezicht kreeg door voortdurend door de schouwen naar binnen te kijken. De schoorstenen van vroeger waren enorme openingen waarlangs de rook kon wegtrekken en je de hemel kon zien van in het huis.

Deze schoorsteen was de verbinding van het huis met de bovenwereld, net zoals de waterput de verbinding met de onderwereld was.

Wanneer de duisternis viel waren de mensen bang van allerhande geesten die door de schoorsteen in huis konden komen. Het was dus zaak om die geesten gunstig te stemmen en daarom voorzag men de schoorsteen steeds van een nis waarin de geest zou kunnen uitrusten zodat hij de kamer niet hoefde te betreden.

Omdat onze voorouders grotendeels op landbouw en veeteelt waren aangewezen speelde de vruchtbaarheid, zoals in alle oude culturen, in hun leven een centrale rol.

De koude en donkere periode die we in dit jaargetijde meemaken, was voor onze voorouders een echte nachtmerrie.

Er groeide uiteraard niets meer en men was op de aangelegde voorraad aangewezen. Daarbij mogen we ook niet vergeten dat het destijds echt aardedonker en koud was.

In die tijd waren noten of suikergoed dan ook uitzonderlijke lekkernijen. Deze geschenken hadden overigens een symbolische betekenis. Vruchten (echt of in suikergoed) en marsepein waren altijd vruchtbaarheidssymbolen.

Ze vormden immers de schakel met de plantengroei van het volgende seizoen. Bovendien bevatten ze veel energie en waren ze een uitstekend middel om de voedselarme winterperiode door te komen.

Sinterklaas bracht ook altijd marsepeinen varkentjes mee. Het varken is een oeroud zinnebeeld van vruchtbaarheid, voedsel en geluk. In het Duits zegt men nog steeds 'Schwein haben' voor 'geluk hebben'.

De appeltjes van oranje die Sinterklaas placht mee te brengen, waren dan weer afkomstig van de schippers en matrozen die met Sint Nicolaas naar huis kwamen vóór de winterstormen op de Noordzee losbarstten.

Op de grote omvaart werden deze sinaasappels tijdens de laatste halte in Spanje ingeslagen als proviand. Het overschot werd meegenomen voor vrouw en kinderen thuis.

Zie ook: Heilige Nicolaas van Myra - 6 december