Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Pasen

De Heer is waarlijk opgestaan, Hij leeft!

Met Pasen herdenken we natuurlijk dat Jezus verrezen is. Daarom is Pasen ook het feest van de hoop. Jezus was zijn hele leven trouw aan de Vader, en met Pasen merken we dat ook de Vader Jezus trouw bleef. De mens kan wel sterven maar de liefde niet!

Dat is wat christenen vieren met Pasen: dat de liefde sterker is dan de dood. Dat het kwade niet zal overwinnen. Dat wij allen samen, alle mensen van goede wil samen met onze Vader in de hemel, het goede zullen laten zegevieren. Jezus is ons daarin voorgegaan, met Hem als grote voorbeeld kunnen wij het proberen, met vallen en opstaan. En met een groot vertrouwen in God: Hij zal ook ons niet laten vallen.

Opstanding uit de dood

De Verrijzenis van Jezus

Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer.

De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’

Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen. En zie, Jezus kwam hen tegemoet en zei: ‘Wees gegroet.’

Matteüs 28, 1-9a

Oorsprong van het Paasfeest

In 325 na Christus besloot de kerk het Paasfeest, de viering van Jezus' verrijzenis, vast te leggen op de zondag na de eerste volle maan in maart. Pasen valt dus ten vroegste op 22 maart en ten laatste op 25 april.

Pasen is ook een lentefeest: fris, groen en nieuw. Met Pasen vieren we de uitbundigheid van het leven, en lopen de dieren dartel in de wei. Er wordt weleens gedacht dat Pasen een zuiver christelijk feest is, maar dat klopt niet helemaal. Lang voor wij ons christenen noemden, werden rond Pasen in onze streken lentefeesten gevierd. De Germaanse volkeren brachten dan hulde aan Ostara, godin van het licht en het leven. 'Easter', het Engelse woord voor Pasen, en het Duitse 'Ostern' doen trouwens nog altijd aan Ostara denken. Ook de paashaas was een metgezel van de godin Ostara, hij was het symbool van de vruchtbaarheid.

De christenen koppelden de lentefeesten aan de verrijzenis van Jezus en noemden het geheel Pasen. Deze naam komt van het Hebreeuwse 'Pesach', wat 'overgang' betekent en dus zowel de voorchristelijke lading - de overgang van winter naar lente - als de christelijke, namelijk Jezus' overgang van dood naar leven, dekt.

Ook de relaties tussen de mensen zijn met Pasen nieuw. Vroeger werden heel wat mensen op Paaszaterdag gedoopt en konden ze naar de biecht: een biecht die toen werd afgenomen voor de gehele gemeenschap. Pas in de 7de eeuw ontstond de persoonlijke biecht. Tijdens die Paasbiecht wordt gezegd: 'uw zonden zijn u vergeven'.

Pasen is dus een feest waar de mensen die pas gedoopt zijn en degenen wiens zonden zijn vergeven, zich aansluiten bij de andere gelovigen.