Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Palmzondag

Palmtak

Palmzondag is de eerste dag van de Goede Week of de laatste zondag voor Pasen.
We herdenken op die dag de feestelijke intocht van Jezus in Jeruzalem.

De vele pelgrims, die vanwege Pesach, het joodse feest van de ongezuurde broden (ook wel joods Pasen genoemd) in de stad waren, verwelkomden hem met palmtakken.
Volgens de evangeliën wist Jezus op dit moment al dat lijden en dood hem wachtten.

In de volksmond wordt Palmzondag ook wel 'Ezelsfeest', 'Groene Zondag', 'Hosannadag', 'Kleine Pasen' of 'Palmpaasdag' genoemd.
De week voor Pasen wordt de 'Goede Week' genoemd.
Lange tijd mocht tijdens deze week geen zwaar lichamelijk werk verricht worden. Schuldeisers mochten hun geld in deze periode niet terugvragen en gevangenen werden vrijgelaten.

In de eerste eeuwen na Christus werd Jezus' intocht in Jeruzalem al in processies nagebootst.
Vanaf de vierde eeuw begonnen die processies zich vanuit Jeruzalem naar het Westen te verspreiden.
Nu vinden in heel het land met Palmzondag markten en processies plaats.

Op Palmzondag zegent de priester de palmtakken en deelt ze uit. Ze krijgen nu nog vaak een ereplaats in huis, bijvoorbeeld aan het kruisbeeld.
Men gelooft dat de takjes bescherming bieden tegen ziekte, bliksem of ongeluk.

Uit het evangelie volgens Matteüs 21, 1-11:

Intocht in Jeruzalem

Palmzondag Intocht Jeruzalem

Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit.
Zijn opdracht luidde:
Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direct zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.

Dan zal men ze meteen meegeven.’ Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet:
Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.

De leerlingen gingen op weg en deden wat Jezus hun had opgedragen. Ze brachten de ezelin en het veulen mee, legden er mantels op en lieten Jezus daarop plaatsnemen. Vanuit de menigte spreidden velen hun mantels op de weg uit, anderen braken twijgen van de bomen en spreidden die uit op de weg.

De talloze mensen die voor hem uit liepen en achter hem aan kwamen, riepen luidkeels:
Hosanna voor de Zoon van David! Gezegend hij die komt in de naam van de Heer. Hosanna in de hemel!

Toen hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer.
Wie is die man?’ wilde men weten.
Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazareth in Galilea.’