Skriebels

Oude Wijsheden voor een Nieuwe Tijd - Zoeken

Feestdagen

In de rubriek 'feestdagen' volgen wij het verloop van het kerkelijk jaar.
U vindt er telkens een bespreking van alle belangrijke Rooms-katholieke feestdagen en de diepere betekenis ervan, vaak vergezeld van enkele folkloristische weetjes en gebruiken.
Het kerkelijk jaar en de seizoenen zijn in ons land sterk met elkaar verbonden.

Het kerkelijk jaar begint eind november/begin december, namelijk op de vierde zondag voor 25 december: de dag waarop het Hoogfeest van Kerstmis is vastgesteld.
De kaarsen van het Kerstfeest verlichten de donkerste dagen van het jaar en doen ons toeleven naar de geboorte van Jezus. We noemen deze periode de Kerstkring. Ze omvat de Advent en loopt tot en met de Doop van de Heer. Met dit feest wordt de Kersttijd besloten.

De Paaskring heeft een heel andere energie. Het feest van de Opstanding valt in het voorjaar als rondom ons het nieuwe leven zichtbaar wordt. Pasen wordt gevierd op de zondag na de eerste volle maan van de lente. Pasen valt dus ten vroegste op 22 maart en ten laatste op 25 april. Pasen is meestal ook de eerste zondag na het joodse Paasfeest (Pesach) dat in de lijdensweek als Laatste Avondmaal herdenkend wordt gevierd.

De warmste periode van het jaar, de zomer en de herfst brengen rust en doen ons opnieuw toeleven naar 'de verwachting van de komst': de Advent. Om te laten zien dat het einde en het begin van het kerkelijk jaar in elkaar overvloeien wordt dit vaak als een cirkel uitgebeeld.
De buitenste ring geeft de Kerst- en Paaskring aan, met daartussen de zondagen na Epifanie en de zondagen 'door het jaar'. Dit zijn de zondagen na het Hoogfeest van de H. Drie-eenheid, in de volksmond beter bekend als Drievuldigheidszondag.

De tweede ring geeft de zondagen en kerkelijke feesten van het katholieke rooster - het directorium - in de liturgische kleuren. Dat doet de derde ring ook, maar dan voor de protestantse kerken (oecumenisch leesrooster) als daar andere namen worden gebruikt.
Het middelpunt van de cirkel is de zondag, de eerste dag van de week, dag van de Opstanding.

De liturgische kleuren zoals die te zien zijn in de stola (de lange band die rond de nek aan de voorzijde van het lichaam afhangt) van de priester, het antependium (bekleding) op het altaar of de kansel en in de bloemen of liturgische bloemschikken, hebben als betekenis:

Wit: reinheid, onschuld, Christus, God, heiligen
Paars: rouw, boete, inkeer, tijd van voorbereiding
Roze: een onderbreking van paars, even op adem komen (Gaudete- en Laetare zondag)
Rood: bloed, martelaarschap, vuur, Heilige Geest. Kleur van de Kerk bij inzegening, inwijding, bevestiging en kerkjubilea
Groen: rust, barmhartigheid en hoop in de zomer en herfst
Zwart: dood, verdriet; wezenlijk: de afwezigheid van kleur

Feestdagen

Feestdagen

Allerheiligen · Aswoensdag · Beloken Pasen · De Goede Week · Drievuldigheidszondag · Halfvasten · Heilig Hart van Jezus · Hemelvaart van de Heer · Kerstmis · Kruisdagen · Onbevlekt Hart van Maria · 0.L.V. Berg Karmel · O.L.V. Ter Sneeuw · Palmzondag · Pasen · Pinksteren · Sacramentsdag · Sinterklaas

Terug naar Hoofdpagina Oude Tijd